Natuurlijk weer te laat. Wel mocht ik als man meteen doorlopen, zonder polsbandje. Bij de mannenafdeling liep het niet storm.
De winkelketen stuntte weer eens met een mode-ontwerper: dit jaar was het Versace. Veertig stukken voor de vrouw had ze afgeleverd, vijfentwintig voor de man. Plus accesoires. |
|
Veel panterprint in rood, geel en groen. En leer, bestikt met gouden knopjes. Glamour die naar nieuw geld ruikt en waar die van de Occupy-beweging vies bij opkijken.
Bij de mannenafdeling was ik alleen met een Frans sprekende Afrikaan. Hij droeg van zichzelf een bontjas en van Versace had hij al van alles in zijn shopping-bag. Als hij van een kledingstuk niets begreep, riep hij hard 'Hee!' in de richting van het personeel of knipte met zijn vingers.
Hem stond alles.
Mij stond niks.
Ik probeerde nog een hallucinerend zwart-wit gestreept shirt, maar zag eruit als een testbeeld uit de jaren vijftig. En er was nog een lange zwarte jas van wol, met leren mouwen. Die maakte van mij een doodgraver en van hem een coole, dandyeske pooier.
Ik nam een kijkje bij de vrouwen. Voor hen waren in een hoek van het warenhuis dranghekken geplaatst. Erachter stonden mannen met zilveren V's op hun revers en heel veel personeel.
Om bij de collectie te komen moesten de vrouwen een polsbandje dragen in verschillende kleuren. De kleur gaf een soort timeslot aan: de tijd dat vrouwen naar binnen mochten. Rood tussen 08.00 - 08.15, blauw tussen 08.15 en 08.30 en zo de hele ochtend door. Ze mochten van elk artikel maar één stuk kopen.
Van achter het dranghek konden de blauwe polsbandjes met gekwelde blik die met de rode gade slaan bij het graaien tussen de rekken.
Ik staarde even naar de pop in de etalage. Die droeg ook Versace natuurlijk: een zwart glitterjurkje en daaroverheen een gilet van zwart imitatiebont. Om haar nek was een zwarte halsband gebonden met een gouden panterkop. Een accesoire dat misschien meer onderwerping dan onafhankelijkheid uitdrukte.
Mijn blik ging weer terug naar de vrouwen achter het dranghek. Het was donderdag, vroeg nog in de ochtend. Ze waren beslist op weg naar hun werk op kantoor, in hun grijze doffe kleding en dat maakte het moeilijk voorstelbaar. Dat ze zouden dragen wat de pop droeg.
En toch moet je hier het verlangen naar glamour vermoeden. Naar het buitengewone. Naar betoverde en bewonderende blikken.
Misschien juist nu wel, nu het buiten steeds donkerder wordt.
Prettige Kerst, Chanoeka, Solstice, Kwanzaa - of wat u ook maar mag vieren!
Joie.
Peter van der Woude
Laatste tweets
meer peetOpTweet...
archief 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011

|